Kruzenshtern
Factsheet
- Lengte: 114,50 m
- Breedte: 13,90 m
- Hoogte: 51,30 m
- Diepgang: 6,90 m
- Romp: Staal
- Tuig: Viermastbark
- Zeiloppervlakte: 3400 m2
- Bouwjaar: 1926
- Thuishaven: Kaliningrad
- Vlag: Rusland
Deze Russische bark is met zijn 114 meter – op de Sedov na – het grootste nog varende zeilschip ter wereld. De Kruzenshtern werd in 1926 gebouwd in opdracht van de vermaarde scheepsbouwer F. Laeisz uit Hamburg. Zijn schepen voeren meestal langs de westkust van Zuid-Amerika en vervoerden onder meer salpeter naar Europa. De Kruzenshtern heette tot 1946 Padua, en maakte onderdeel uit van de befaamde ‘Flying P cargo line’. Hiertoe behoorden ook de stalen viermastbarken: Pommern, Pamir, Parma, Passat en Peking. Net als alle schepen van de Flying P-line, was de Padua gebouwd om er hard mee te kunnen varen. De schippers van deze schepen werden dan ook geïnstrueerd om stormen op te zoeken, zodat er op z’n snelst gevaren kon worden! In 1938-1939 maakte de Padua haar laatste vrachtvaart: uit Bremen vertrokken, voer zij via Chili voor salpeter, naar Australië voor graan en tarwe.
In 1946 werd de Padua in Sinnemünde overgedragen aan de Russen, waar zij vernoemd werd naar de Russische navigator en oceanograaf Adam Johann Ritter von Kruzenshtern (1770-1846). Thuishaven van deze bark is nog steeds St. Petersburg, waar ook Von Kruzenshtern destijds leefde.
Van de zes Flying P-line schepen, worden er nu drie gebruikt als museumboten over de hele wereld (Pommern in Mariënhamn, Finland; Passat in Travemunde, Duitsland; en Peking in New York City). Dit maakt het zo bijzonder dat de Kruzenshtern – mede dankzij verleende subsidies van de Duitse regering – nog steeds in de vaart is. Op dit moment wordt zij gebruikt als trainingsschip voor cadetten die de professionele visserij in willen.


